Waarom geldt de beperking van 30 cm zoekdiepte?

In het Verdrag van Valletta (1992) hebben Europese landen opnieuw beloofd goed voor hun archeologisch erfgoed te zorgen. Onverstoorde archeologische vindplaatsen moeten intact blijven voor toekomstig onderzoek.

Als dat niet kan, bijvoorbeeld door bouwwerkzaamheden, moeten ze professioneel onderzocht worden.

In de bovengrond van 30 cm zijn niet vaak intacte archeologische resten aanwezig: deze is meestal verstoord door bijvoorbeeld ploegen. Vondsten in de verstoorde bovengrond zullen door de inwerking van bijvoorbeeld mest en zuurstof sneller roesten.

Een zoeker met een metaaldetector die de vondsten uit de bovengrond haalt, doet daarom goed werk, tenminste als de informatie over de vondsten bij de juiste instantie wordt gemeld.

Door het bergen van de vondsten en het melden ervan draagt de zoeker bij aan kennis over Nederland in het verleden.

In de ondergrond dieper dan 30 cm zijn wel nog vaak intacte archeologische resten aanwezig. Vondsten liggen hier in ‘grondsporen’ die veel informatie opleveren wanneer ze professioneel onderzocht worden.

Metalen vondsten kunnen samen met scherven aardewerk in de vulling van een kuil, greppel of ander spoor zitten. Met die vondsten kan een archeoloog die spoorvullingen dateren of achterhalen waar het grondspoor ooit onderdeel van was.

Zouden de metaalvondsten, zoals munten of kledingspelden, er al uit zijn gehaald, dan levert de opgraving later dus veel minder informatie op.

Daarom mag niet dieper dan 30 cm worden gezocht.

Over Metaaldetectie Benelux

Metaaldetectie Benelux is er voor en door metaaldetectie enthousiastelingen, wij helpen je graag op weg in de mooie en wondere wereld van metaaldetectie met tips, trucs en handige informatie, voor beginner en gevorderde gebruiker.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *